TekenRisicoKaart — interactieve kaart voor tekenbeetrisico en tekenbeetziekten in Nederland

1,5 mlntekenbeten/jr
~27.000Lyme-diagnoses/jr (RIVM-schatting 2017)
~1 op 5teken met Borrelia
Let op: in iedere provincie loopt u het risico op een tekenbeet!
  • Blijf altijd alert en controleer uzelf altijd op teken.
  • Na een bezoek in het groen altijd een tekencheck doen.
Uitleg over hoe u een tekencheck doet vindt u bij Stichting Tekenbeetziekten en Lymevereniging.
  • DrentheHoogTBE — Virus of antistoffen aangetoond in teken of wildBekende tekenmelding: Reuzenteek
  • OverijsselHoogTBE — Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaats
  • GelderlandHoogTBE — Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaatsBekende tekenmelding: Reuzenteek
  • FlevolandMatigTBE — Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaats
  • Noord-HollandMatigTBE — Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaatsBekende tekenmelding: Vlekkenteek
  • UtrechtMatigTBE — Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaatsBekende tekenmelding: Vlekkenteek
  • GroningenLaagTBE nog niet aangetoond — uitsluiting niet mogelijk
  • FrieslandLaagTBE — Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaats
  • Zuid-HollandLaagTBE nog niet aangetoond — uitsluiting niet mogelijkBekende tekenmelding: Vlekkenteek
  • ZeelandLaagTBE — Virus of antistoffen aangetoond in teken of wildBekende tekenmelding: Vlekkenteek
  • Noord-BrabantLaagTBE — Virus of antistoffen aangetoond in teken of wildBekende tekenmelding: Vlekkenteek
  • LimburgLaagTBE — Virus of antistoffen aangetoond in teken of wild

Deze kaart geeft gebiedsgebonden informatie en geen individuele medische risico-inschatting.

Risicokaart
Geen
Zeer laag
Laag
Matig
Hoog
Zeer hoog

Deze kaart geeft gebiedsgebonden informatie en geen individuele medische risico-inschatting.

De relatieve risico-indicatie is een statistische gebiedsindicator op basis van meldingsgegevens en aanvullende wegingsfactoren. Het is geen medische risicoscore en voorspelt niet de kans dat een individuele persoon besmet raakt.

Dit is de eigen gewogen indeling van deze website, geen Tekenradar-klasse. Score = meldingen per 100.000 inwoners × habitatfactor. TBE-meldingen wegen niet mee: de woonprovincie bewijst niet waar een infectie is opgelopen. Gepubliceerde lokale TBE-aanwijzingen staan afzonderlijk op de kaart.

De spreiding tussen de laagste en hoogste provinciescore wordt in vijf gelijke stappen verdeeld. Een grenswaarde hoort bij de lagere klasse; de getoonde cijfers zijn afgerond. Dit zijn scoregrenzen, geen vaste drempels voor meldingen per 100.000 inwoners en geen medisch gevalideerde grenzen.

Actuele rekengegevens zijn niet beschikbaar; een eerder gepubliceerde klasse wordt getoond. Actuele drempels zijn dan niet te verifiëren.

TBE-meldingen
Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaats
Virus of antistoffen aangetoond in teken of wild
Nog niet aangetoond — uitsluiting niet mogelijk
Bronnen: RIVM/LCI, DWHC, Erasmus MC, LabMicTA en Artemis One Health.

TBE-stippen tonen bekende vindplaatsen of besmettingslocaties, niet het aantal patiënten. Eén stip is niet één geval. Provinciecijfers tellen patiënten naar woonprovincie; die kan verschillen van de besmettingslocatie.

Tekenbeten (geschat naar inwonertal)
200.000 of meer
100.000 – 199.999
50.000 – 99.999
minder dan 50.000
Tekenbeten in de eigen tuin
minder dan 30%
30–40%
meer dan 40%
Bevolkingsverdeelde schatting per provincie. De landelijke RIVM-schatting van circa 1,5 miljoen tekenbeten per jaar is naar inwonertal verdeeld (CBS). Dit is een geschat absoluut aantal beten, geen provinciale meting of meldingentelling. De provincieklasse gebruikt afzonderlijk Tekenradar-meldingen per 100.000 inwoners, gewogen met habitat. Het werkelijke aantal beten kan sterk afwijken door habitat, buitenactiviteit en meldgedrag. Voor de omvangscategorie telt de getoonde schatting: 50.000 valt in 50.000 – 99.999, dus ook Groningen. Deze grens is geen biologische risicogrens. Bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal).
Let op meldingsbias: de provincieklasse gebruikt Tekenradar-meldingen per 100.000 inwoners, gewogen met habitat. Dit meet geen tekendichtheid of individuele infectiekans; lokale natuurgebieden kunnen afwijken van de provincieklasse.
Relatieve provincieklasse: Tekenradar-meldingen per 100.000 inwoners, gewogen met habitat. Geen meting of individuele infectiekans; voorlichting, geen medisch advies.
Bronnen automatisch gecontroleerd: 7 november 2026 · Website-inhoud bijgewerkt: 7 november 2026 · Peildatum brongegevens: meldingen 2019–2025, voorlopige TBE-jaarcijfers 2023–2025 (seizoen 2026 niet inbegrepen) volgens RIVM Meldingen Infectieziekten (Osiris-AIZ-selectiedatum 10 maart 2026), Tekenradar-jaarcijfers 2025, LCI-richtlijn TBE, Staat van Infectieziekten 2024 en Wijburg et al. 2026 · Bronnen: RIVM/LCI, Tekenradar.nl, Staat van Infectieziekten 2024 (RIVM), Wijburg S. et al., Euro Surveill. 2026;31(20):2500767 — een studie die een R0-habitatgeschiktheidsmodel voor TBEV combineert met gerichte monitoring van teken en wild; de monitoringresultaten kwamen overeen met de door het model voorspelde risicogebieden en bevestigden verdere verspreiding van het virus. Geen meldingentelling. Deze studie onderbouwt de TBE-markering, niet de risicoklassen op de kaart.

Tekenbeetziekten in Nederland

Overzicht van 10 aandoeningen die in Nederland met teken en tekenbeten in verband worden gebracht. De bewijsstatus verschilt per aandoening: de ziekterol van R. helvetica is onzeker, alfa-gal is een allergie, Bartonella heeft geen bewezen tekenroute en CCHF staat apart als reizigersinformatie, omdat het virus in Nederland nooit is vastgesteld. Dit is voorlichting en geen medisch advies.

Let op: de twee kaartlagen meten verschillende dingen. De algemene provincieklasse volgt uit Tekenradar-meldingen per 100.000 inwoners, gewogen met habitat. Alleen TBE heeft brongebonden lokale aanwijzingen. Voor andere aandoeningen ontbreken vergelijkbare provinciale onderzoeksgegevens; landelijke steekproefpercentages onderbouwen geen provinciale rangorde. Alfa-gal is een allergie, geen verwekker. De lagen zijn geen individuele infectiekans.

Ziekte van Lyme

Type verwekker: Bacterie. Aantoning in teken (NL): ~20%. Geen onderbouwde provinciale vergelijking. Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: RIVM: circa 20% (ongeveer 1 op 5), een afgerond voorlichtingscijfer; de publieksbron specificeert hiervoor geen afzonderlijk onderzoeksjaar, tekenstadium of testmethode. Stichting Tekenbeetziekten vermeldt gemiddeld 29,3% op basis van Jahfari et al. (2016): PCR/reverse line blot van 314 bij mensen verwijderde Ixodes ricinus, verzameld via huisartsen in 2007–2008 (4 larven, 167 nimfen, 135 volwassen, 8 onbekend); 92 waren Borrelia-positief. Dit is een onderzoekssteekproef, geen lokaal maximum en geen actuele, representatieve landelijke meting. Bron en methode verschillen; geen van beide percentages is een infectiekans per beet.

Meest voorkomende tekenbeetziekte in Nederland. Een groter wordende rode of blauwrode vlek of ring kan passen bij erythema migrans; alleen een arts kan dit beoordelen.

Symptomen: Mogelijke klachten zijn een groter wordende rode of blauwrode vlek of ring, koorts, gewrichtsklachten en vermoeidheid; niet iedereen heeft dezelfde klachten

Incubatietijd: 3 dagen tot 3 maanden (rode ring meestal na 7–14 dagen)

Overdracht: Borrelia kan via een besmette teek worden overgedragen. De kans op Lyme hangt onder meer af van de aanhechtingsduur en de teek. Snel verwijderen verkleint het risico, maar 24 uur is geen harde veilige grens. Verwijder een teek altijd zo snel mogelijk.

Behandeling: Een typisch erythema migrans (EM) is een klinische diagnose: een arts stelt die op basis van het huidbeeld en de voorgeschiedenis. Een bloedtest is dan niet nodig om behandeling te starten. Lyme wordt met antibiotica behandeld. Bij EM kan een arts bijvoorbeeld doxycycline of amoxicilline voorschrijven; zwangerschap, leeftijd, allergieën en het ziektebeeld bepalen de keuze. Azitromycine is geen algemene vervanger voor zwangeren of kinderen. Deze Lyme-behandelopties gelden niet automatisch voor anaplasmose of andere tekenbeetziekten.

Naar de huisarts: Bespreek een groter wordende rode of blauwrode vlek of ring, of klachten zoals koorts, gewrichts- of zenuwklachten na een tekenbeet met een arts.

RIVM: circa 20% (ongeveer 1 op 5), een afgerond voorlichtingscijfer; de publieksbron specificeert hiervoor geen afzonderlijk onderzoeksjaar, tekenstadium of testmethode. Stichting Tekenbeetziekten vermeldt gemiddeld 29,3% op basis van Jahfari et al. (2016): PCR/reverse line blot van 314 bij mensen verwijderde Ixodes ricinus, verzameld via huisartsen in 2007–2008 (4 larven, 167 nimfen, 135 volwassen, 8 onbekend); 92 waren Borrelia-positief. Dit is een onderzoekssteekproef, geen lokaal maximum en geen actuele, representatieve landelijke meting. Bron en methode verschillen; geen van beide percentages is een infectiekans per beet. Circa 27.000 Lyme-diagnoses per jaar is de RIVM-schatting voor 2017 uit huisartsenonderzoek: ongeveer 25.500 met erythema migrans en 1.500 met andere verschijnselen van verspreide Lyme. Het is geen actuele jaarlijkse EM-registratie.

TBE – Tekenencefalitis

Type verwekker: Virus. Aantoning in teken (NL): ~0,07% lokaal. Gepubliceerde lokale TBE-aanwijzingen. Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Lokale schatting: ongeveer 1 op de 1.500 teken (0,07%) in gebieden waar TBE-virus is gevonden. Dit is geen gemeten landelijk gemiddelde en geen infectiekans per beet.

Vaccin beschikbaar. Bekende gepubliceerde vindplaatsen en waarschijnlijke besmettingsplaatsen zijn onder meer de Sallandse Heuvelrug, Utrechtse Heuvelrug, Twente, Achterhoek, Terschelling, Zandvoort, Ermelo, centraal Noord-Brabant en de noordoostelijke Flevopolder. TBE kan in heel Nederland in lokale haarden voorkomen.

Symptomen: Koorts, hoofdpijn, hersenvliesontsteking, nekstijfheid

Incubatietijd: Meestal 7–14 dagen. Bij een ziekteverloop in twee fasen volgen eerst griepachtige klachten, zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn (fase 1), daarna een klachtenvrije periode en bij een deel van de patiënten neurologische klachten door hersenvlies- of hersenontsteking (fase 2). Veel infecties geven geen klachten; niet iedereen doorloopt beide fasen en de eerste fase kan ontbreken

Overdracht: TBE-virus bevindt zich in de speekselklieren van een besmette teek en kan al kort na aanhechting, tijdens de beet, worden overgedragen. Borrelia-overdracht hangt doorgaans sterker samen met de aanhechtingsduur en vindt vaak pas na uren plaats, maar er is ook voor Lyme geen harde veilige tijdsgrens. Niet iedere beet leidt tot een infectie. Verwijder een teek altijd zo snel mogelijk, maar snelle verwijdering biedt geen betrouwbare bescherming tegen TBE. Overdracht is ook mogelijk via rauwmelkse producten van besmette geiten, schapen of koeien.

Behandeling: Antibiotica werken niet tegen TBE, omdat TBE door een virus wordt veroorzaakt. Er is geen specifieke antivirale behandeling; medische zorg is ondersteunend. Vaccinatie is de specifieke preventieve maatregel tegen TBE, maar biedt geen volledige garantie en beschermt niet tegen Lyme of andere tekenbeetziekten. Tekenbeten voorkomen en tekencontroles blijven daarom belangrijk. Een arts of GGD kan informatie geven over vaccinatie bij verblijf in risicogebieden.

Naar de huisarts: Bij koorts met hoofdpijn, nekstijfheid, verwardheid of verlammingsverschijnselen na bosbezoek.

Sinds 1 maart 2025 is TBE meldingsplichtig (groep C); eerdere cijfers berusten op vrijwillige melding. Volgens de LCI-richtlijn zijn tussen 2016 en juni 2024 23 patiënten gemeld die TBE in Nederland opliepen. Dit is een andere periode en populatie dan de totale jaarmeldingen.

Rickettsia – onzekere ziekterol

Type verwekker: Bacterie. Aantoning in teken (NL): 31,1% (onderzoek). Geen onderbouwde provinciale vergelijking.

Toelichting bij dit cijfer: Coipan et al. (2013): 31,1% R. helvetica tegenover 11,8% B. burgdorferi s.l. in zoekende Ixodes ricinus (nimfen en volwassen teken), individueel onderzocht met PCR/reverse line blot. Verzameld op 21 locaties in 2006–2010 en één locatie in 2000–2009. Dit is geen actueel landelijk gemiddelde. Een andere steekproef van bij mensen verwijderde teken (2007–2008; Jahfari et al., 2016) vond circa 22% Rickettsia-soorten, waaronder R. helvetica en R. monacensis. Deze noemers zijn niet uitwisselbaar.

Rickettsia helvetica werd in het onderzoek naar zoekende Nederlandse teken van Coipan et al. (2013) het vaakst aangetroffen van de onderzochte micro-organismen. De rol bij ziekte bij mensen is onzeker; veel DNA-vondsten in teken betekenen niet veel ziektegevallen.

Symptomen: Voor R. helvetica is geen eenduidig ziektebeeld vastgesteld. Koorts is beschreven; de typische combinatie van vlekkenkoorts en eschar mag niet aan deze bacterie worden toegeschreven.

Incubatietijd: Voor R. helvetica niet betrouwbaar vastgesteld

Overdracht: R. helvetica is in Nederlandse teken aangetoond. De betekenis van een tekenbeet voor ziekte bij mensen is bij deze bacterie onzeker; DNA-aantoning in een teek bewijst geen infectie of ziekte bij de gebeten persoon.

Behandeling: Een arts beoordeelt een eventuele rickettsiose en de behandeling; een positieve teektest is geen behandelindicatie.

Naar de huisarts: Leg nieuwe klachten na een tekenbeet vast en bespreek ze met een arts; deze informatie stelt geen diagnose.

R. helvetica is een potentieel ziekteverwekkende bacterie met een onzekere ziekterol. Andere Rickettsia-soorten kunnen wel vastgestelde vlekkenkoorts met eschar veroorzaken, bijvoorbeeld in reizigerscontext.

Neoehrlichiose

Type verwekker: Bacterie. Aantoning in teken (NL): 5,4% (onderzoek). Geen onderbouwde provinciale vergelijking. Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Jahfari et al. (2016): 5,4% Candidatus Neoehrlichia mikurensis in bij mensen verwijderde Ixodes ricinus uit 2007–2008; 312 teken onderzocht met real-time PCR, binnen een steekproef van 314 teken (larven, nimfen en volwassen teken). DNA-aantoning, geen actuele landelijke prevalentie, provinciale meting of infectiekans per beet.

Kan lijken op Lyme. Ernstig bij immuungecompromitteerden.

Symptomen: Koorts, vermoeidheid, spierpijn

Incubatietijd: 1–3 weken

Overdracht: Candidatus Neoehrlichia mikurensis kan via de beet van een besmette Ixodes-teek worden overgedragen. De bacterie kan cellen van de bloedvatwand infecteren.

Behandeling: Deze bacteriële infectie kan met antibiotica worden behandeld; een arts bepaalt middel en duur, mede op basis van de afweer.

Naar de huisarts: Bij aanhoudende koorts of trombose-achtige klachten na een tekenbeet.

Wordt door standaard Lyme-tests gemist; vooral gevaarlijk voor mensen met een verzwakt afweersysteem.

Babesiose

Type verwekker: Parasiet. Aantoning in teken (NL): 3,5%. Geen onderbouwde provinciale vergelijking. Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Jahfari et al. (2016): 3,5% Babesia-soorten in 314 bij mensen verwijderde Ixodes ricinus uit 2007–2008 (4 larven, 167 nimfen, 135 volwassen teken, 8 met onbekend stadium), individueel onderzocht met PCR/reverse line blot. Geen landelijk gemiddelde. Coipan et al. (2013) vond 1,7% in zoekende nimfen en volwassen teken uit 2000–2010; dit betreft een andere steekproef.

De gebruikelijke antibiotica tegen Lyme zijn niet gericht op deze parasiet. In 2024 werd de eerste in Nederland opgelopen besmetting beschreven.

Symptomen: Mogelijke klachten zijn koorts, bloedarmoede, geelzucht en donkere urine; klachten en ernst kunnen verschillen

Incubatietijd: 1–4 weken, soms langer

Overdracht: Babesia-parasieten kunnen via de beet van een besmette Ixodes-teek worden overgedragen en infecteren rode bloedcellen. Overdracht kan ook via besmet bloed bij een transfusie plaatsvinden.

Behandeling: Behandeling kan bestaan uit middelen gericht tegen de parasiet, soms gecombineerd met een antibioticum. Een arts bepaalt middel en duur; gebruikelijke Lyme-antibiotica alleen behandelen babesiose niet.

Naar de huisarts: Bij koorts met bleekheid, donkere urine of geelzucht na een tekenbeet.

Mensen zonder milt of met een verminderde afweer kunnen een ernstiger beloop hebben.

Borrelia miyamotoi-ziekte

Type verwekker: Bacterie. Aantoning in teken (NL): 2,3%. Geen onderbouwde provinciale vergelijking. Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Jahfari et al. (2016): 2,3% B. miyamotoi, real-time PCR van 302 bij mensen verwijderde Ixodes ricinus uit de steekproef van 2007–2008 (larven, nimfen en volwassen teken; stadiumverdeling voor deze 302 niet apart vermeld). Individuele teken, geen pools en geen landelijk gemiddelde. Andere onderzoeken met pools van zoekende nimfen hebben een andere noemer.

Terugkerende koortsaanvallen kunnen voorkomen. Standaard Lyme-serologie is niet bedoeld om deze specifieke infectie aan te tonen.

Symptomen: Mogelijke klacht is terugkerende koorts; een rode ring is niet kenmerkend

Incubatietijd: 1–3 weken

Overdracht: Borrelia miyamotoi kan via de beet van een besmette Ixodes-teek worden overgedragen. Deze bacterie behoort tot de terugkerende-koortsbacteriën.

Behandeling: Deze bacteriële infectie kan met antibiotica worden behandeld; een arts bepaalt middel en duur op basis van het ziektebeeld.

Naar de huisarts: Bij koorts die in golven terugkomt zonder duidelijke oorzaak.

Deze bacterie verschilt van de Borrelia-soorten die Lyme veroorzaken.

Anaplasmose

Type verwekker: Bacterie. Aantoning in teken (NL): 1% (onderzoek). Geen onderbouwde provinciale vergelijking. Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Jahfari et al. (2016): 3 van 314 bij mensen verwijderde Ixodes ricinus uit 2007–2008 positief voor Anaplasma phagocytophilum (1,0%), onderzocht met PCR/reverse line blot (larven, nimfen en volwassen teken). DNA-aantoning, geen actuele landelijke prevalentie, provinciale meting of infectiekans per beet.

Kan gepaard gaan met een verlaagd aantal witte bloedcellen. Een arts bepaalt of en welke antibiotica passend zijn.

Symptomen: Mogelijke klachten en bevindingen zijn hoge koorts, hoofdpijn en verlaagde witte bloedcellen

Incubatietijd: 5–14 dagen

Overdracht: Anaplasma phagocytophilum kan via de beet van een besmette Ixodes-teek worden overgedragen en infecteert bepaalde witte bloedcellen.

Behandeling: Deze bacteriële infectie kan met antibiotica worden behandeld; een arts bepaalt middel en duur.

Naar de huisarts: Bij hoge koorts met hoofdpijn en spierpijn, zeker bij afwijkend bloedbeeld.

Kan samen met Lyme voorkomen; het bloedbeeld toont vaak lage witte bloedcellen en bloedplaatjes.

Bartonellose

Type verwekker: Bacterie. Aantoning in teken (NL): Onbekend. Geen onderbouwde provinciale vergelijking. Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Overdracht via een tekenbeet is niet wetenschappelijk vastgesteld. Een provinciale vergelijking van een tekengebonden infectiekans is niet onderbouwd.

Bartonella wordt in teken aangetroffen; dit bewijst geen overdracht naar mensen via een tekenbeet.

Symptomen: Griepachtig, neurologische klachten, streepvormige huiduitslag

Incubatietijd: Dagen tot weken

Overdracht: Bartonella-soorten; overdracht is bewezen via een krab of beet van een kat (kattenkrabziekte) en via vlooien. Ook een lik op een wondje of via kattenvlooien-uitwerpselen kan besmetting geven.

Behandeling: Als behandeling nodig is, bepaalt een arts op basis van oorzaak en ziektebeeld of antibiotica passend zijn.

Naar de huisarts: Bij langdurige lymfeklierzwelling, koorts of onverklaarde neurologische klachten.

De gegevens over teken staan los van de bewezen routes via katten en vlooien.

Tularemie

Type verwekker: Bacterie. Aantoning in teken (NL): Aangetoond. Geen onderbouwde provinciale vergelijking. Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Francisella tularensis aangetoond in NL teken. Primair via diercontact.

Symptomen: Koorts, zweren, gezwollen lymfeklieren

Incubatietijd: 3–5 dagen (tot 14 dagen)

Overdracht: Francisella tularensis, meestal via hazen of knaagdieren; tekenbeet is een mogelijke route.

Behandeling: Deze bacteriële infectie kan met antibiotica worden behandeld; een arts bepaalt middel en duur.

Naar de huisarts: Bij een zweertje op de beetplek met gezwollen lymfeklieren en koorts.

Ook wel hazenpest genoemd; sinds 2011 weer af en toe in Nederland vastgesteld.

Alfa-galsyndroom

Aard van aandoening: Allergische aandoening (geen verwekker). Geen onderbouwde provinciale vergelijking.

Vleesallergie na tekenbeet. Alpha-gal molecuul uit speeksel veroorzaakt immuunreactie.

Symptomen: Allergie 3-6u na vlees: jeuk, netelroos, anafylaxie

Incubatietijd: Klachten ontstaan weken na de beet, telkens 3–6 uur na het eten van vlees

Overdracht: Alpha-gal-suiker uit tekenspeeksel zet het afweersysteem aan tot een allergie voor zoogdiervlees.

Behandeling: Behandeling en voedingsaanpassingen worden individueel met een arts of allergoloog bepaald; daarbij kunnen vermijding en medicijnen voor allergische reacties aan bod komen.

Naar de huisarts: Bij netelroos, buikklachten of benauwdheid enkele uren na vlees eten.

De vertraging van uren maakt dat de link met vlees — en met de tekenbeet — vaak lang onopgemerkt blijft.

CCHF – Krim-Congo hemorragische koorts

Type verwekker: Virus. Aantoning in teken (NL): Niet in NL. Niet aangetoond in Nederland. Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.

Toelichting bij dit cijfer: Nooit aangetoond in Nederlandse teken of patiënten; daarom overal risicoklasse Geen.

Komt in Nederland (nog) niet voor: het virus is hier nooit bij mens of teek vastgesteld. In Europa wel in opmars — o.a. Spanje, Balkan, Griekenland, Turkije en Bulgarije (bron: ECDC).

Symptomen: Hoge koorts, spierpijn, braken, bloedingen (ernstig verloop mogelijk)

Incubatietijd: 1–9 dagen na een tekenbeet (tot 13 dagen na contact met bloed of weefsel)

Overdracht: Krim-Congovirus (CCHFV), vooral via een beet van de reuzenteek (Hyalomma) of het pletten van zo'n teek. Ook via bloed en weefsel van besmet vee en van patiënt op verzorger.

Behandeling: Er is geen algemeen beschikbare specifieke behandeling; medische zorg is ondersteunend en vindt bij ernstige ziekte in het ziekenhuis plaats.

Naar de huisarts: Direct bij hoge koorts, ernstige spierpijn of bloedingen na verblijf in een risicogebied in Zuid- of Zuidoost-Europa.

Volgens het ECDC breidt het verspreidingsgebied zich noordwaarts uit door klimaatverandering en trekvogels die Hyalomma-teken meebrengen. In Nederland is het virus nog niet aangetoond, maar de reuzenteek wordt hier inmiddels wel gevonden.

Tekenrisico en TBE-status per provincie

Let op meldingsbias: de provincieklasse gebruikt Tekenradar-meldingen per 100.000 inwoners, gewogen met habitat. Dit meet geen tekendichtheid of individuele infectiekans; lokale natuurgebieden kunnen afwijken van de provincieklasse.

Criterium voor een TBE-markering: een gepubliceerde bevestigde vondst van het TBE-virus (of antistoffen) in teken of dieren, óf een humane melding met dit gebied als waarschijnlijke besmettingsplaats. Peildatum 7 november 2026 (brongegevens: meldingen 2019–2025, voorlopige TBE-jaarcijfers 2023–2025 (seizoen 2026 niet inbegrepen) volgens RIVM Meldingen Infectieziekten (Osiris-AIZ-selectiedatum 10 maart 2026), Tekenradar-jaarcijfers 2025, LCI-richtlijn TBE, Staat van Infectieziekten 2024 en Wijburg et al. 2026). Let op: de klasse 'nog niet aangetoond' betekent níét dat er geen risico is — alleen dat er voor dat gebied (nog) geen bevestiging is gepubliceerd; uitsluiting is niet mogelijk.

TBE komt voor in kleine, lokale haarden en niet provinciedekkend: 'aangetoond' betekent dat het virus ergens in die provincie is gevonden, niet dat het overal in die provincie zit — en 'nog niet aangetoond' betekent niet dat er geen risico is. De twee kaartlagen meten bovendien verschillende dingen: de risicoklasse volgt uit Tekenradar-meldingen per 100.000 inwoners, gewogen met habitat, de TBE-markering uit aangetoonde virusaanwezigheid. Bekende gepubliceerde vindplaatsen en waarschijnlijke besmettingsplaatsen zijn onder meer de Sallandse Heuvelrug, Utrechtse Heuvelrug, Twente, Achterhoek, Terschelling, Zandvoort, Ermelo, centraal Noord-Brabant en de noordoostelijke Flevopolder.

Sinds 1 maart 2025 is TBE meldingsplichtig (groep C). De gebruikte, nog niet onafhankelijk geverifieerde Osiris-selectie vermeldt 25 meldingen voor 2025, 22 voor 2024 en 8 voor 2023 — die laatste twee jaren nog op basis van vrijwillige melding. Verschillen in meldingsplicht en volledigheid beperken de vergelijkbaarheid tussen jaren. Meldingen omvatten zowel in Nederland als in het buitenland opgelopen infecties. Bron: RIVM, Overzicht meldingen infectieziekten (Osiris-AIZ, selectiedatum 10 maart 2026). Deze jaarreeks bevat het seizoen 2026 niet; een automatische broncontrole maakt dit geen actuele seizoenstelling. Volgens de LCI-richtlijn zijn tussen 2016 en juni 2024 23 patiënten gemeld die TBE in Nederland opliepen.

Aandeel van de gemelde tekenbeten dat in de eigen tuin is opgelopen (RIVM/Tekenradar, 2026). Dit is géén aantal meldingen per 100.000 inwoners. In Drenthe, Groningen en Zeeland ligt het aandeel boven de 40%, in Noord-Holland, Utrecht en Noord-Brabant onder de 30%. Het RIVM geeft aan dat de oorzaak van dit verschil niet bekend is. Bron: RIVM / Tekenradar.nl — actuele tekencijfers.

Bevolkingsverdeelde schatting per provincie. De landelijke RIVM-schatting van circa 1,5 miljoen tekenbeten per jaar is naar inwonertal verdeeld (CBS). Dit is een geschat absoluut aantal beten, geen provinciale meting of meldingentelling. De provincieklasse gebruikt afzonderlijk Tekenradar-meldingen per 100.000 inwoners, gewogen met habitat. Het werkelijke aantal beten kan sterk afwijken door habitat, buitenactiviteit en meldgedrag. Voor de omvangscategorie telt de getoonde schatting: 50.000 valt in 50.000 – 99.999, dus ook Groningen. Deze grens is geen biologische risicogrens. Bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal) — RIVM-cijfers tekenbeten en lyme.

Tekenradar.nl ontving in 2025 10.795 doorgegeven tekenbeten: 41% meer dan in 2024 en het hoogste aantal sinds 2020. Meer meldingen betekent niet automatisch meer teken; het weerspiegelt ook meer aandacht voor tekenbeten.

Bronnen automatisch gecontroleerd: 7 november 2026. Website-inhoud bijgewerkt: 7 november 2026. Peildatum brongegevens: meldingen 2019–2025, voorlopige TBE-jaarcijfers 2023–2025 (seizoen 2026 niet inbegrepen) volgens RIVM Meldingen Infectieziekten (Osiris-AIZ-selectiedatum 10 maart 2026), Tekenradar-jaarcijfers 2025, LCI-richtlijn TBE, Staat van Infectieziekten 2024 en Wijburg et al. 2026.

Leg een groter wordende rode of blauwrode vlek of ring, of andere nieuwe klachten na een tekenbeet, vast en bespreek deze met een arts. Deze pagina beoordeelt geen individuele situatie.

TekenRisicoKaart — welkom