Tekenbeetziekten in Nederland
Overzicht van 11 tekenbeetziekten die in Nederland via een tekenbeet kunnen worden overgedragen, met symptomen, incubatietijd, overdracht, behandeling en wanneer je contact opneemt met de huisarts. Dit is voorlichting en geen medisch advies.
Let op: de twee kaartlagen meten verschillende dingen. De algemene provincieklasse volgt uit gemelde tekenbeten per 100.000 inwoners. De ziektespecifieke laag toont van Minimale tot Zeer sterke aanwijzing en schaalt de provincieklasse naar de prevalentie van de verwekker in teken. De uitkomsten zijn daarom niet één-op-één vergelijkbaar.
Ziekte van Lyme
Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): ~20%. Hoogste ziektespecifieke risicoklasse (eigen schaal per ziekte, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Zeer sterke aanwijzing (onder meer in Drenthe). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.
Toelichting bij dit cijfer: Aandeel besmette teken: circa 20% (RIVM); in veldonderzoek lokaal tot ongeveer 29%.
Meest voorkomende tekenbeetziekte in NL. Herken je een rode ring? Direct naar de huisarts.
Symptomen: Rode ring, koorts, gewrichtsklachten, vermoeidheid.
Incubatietijd: 3 dagen tot 3 maanden (rode ring meestal na 7–14 dagen).
Overdracht: Borrelia burgdorferi via een besmette teek; de kans stijgt sterk als de teek langer dan 24 uur vastzit.
Behandeling: Antibiotica (doxycycline of amoxicilline), meestal 10–21 dagen. Vroeg behandelen geeft de beste kans op volledig herstel.
Naar de huisarts: Bij een rode ring of vlek rond de beet, of bij koorts, gewrichts- of zenuwklachten in de weken na een tekenbeet.
Ongeveer 1 op de 5 Nederlandse teken draagt Borrelia. Veldonderzoek vindt op sommige locaties hogere percentages, tot ongeveer 29%; dat verschil komt door gebied, tekenstadium en detectiemethode. Jaarlijks krijgen ongeveer 27.000 mensen een erythema migrans.
TBE – Tekenencefalitis
Type verwekker: Virus. Voorkomen in teken (NL): <0,1%. Hoogste ziektespecifieke risicoklasse (eigen schaal per ziekte, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Sterke aanwijzing (onder meer in Overijssel, Gelderland, Utrecht). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.
Vaccin beschikbaar! Bekende gebieden: Sallandse Heuvelrug, Utrechtse Heuvelrug, Twente, Achterhoek, Terschelling, Zandvoort en Ermelo. TBE kan in heel Nederland in lokale haarden voorkomen.
Symptomen: Koorts, hoofdpijn, hersenvliesontsteking, nekstijfheid.
Incubatietijd: 7–14 dagen, vaak in twee fasen (eerst griep, daarna neurologisch).
Overdracht: TBE-virus, direct bij de beet overgedragen: het virus zit in het tekenspeeksel en gaat binnen minuten over. Snel verwijderen voorkomt wél Lyme, maar níét TBE. Daarnaast kan het virus ook via rauwmelkse producten (ongepasteuriseerde melk, kaas of yoghurt van besmette geiten, schapen of koeien) worden overgedragen.
Behandeling: Geen antivirale behandeling; alleen ondersteunende zorg. Vaccinatie (3 prikken) beschermt wel.
Naar de huisarts: Bij koorts met hoofdpijn, nekstijfheid, verwardheid of verlammingsverschijnselen na bosbezoek.
Houd de noemer in gedachten: in gebieden waar het virus is gevonden draagt naar schatting ongeveer 1 op de 1.500 teken TBE-virus — veel zeldzamer dan Borrelia (~1 op 5). Sinds 1 maart 2025 is TBE meldingsplichtig (groep C); de cijfers over 2023 en 2024 berusten op vrijwillige melding. Volgens de LCI-richtlijn zijn tussen 2016 en juni 2024 23 patiënten gemeld die TBE in Nederland opliepen. Bekende gebieden: Sallandse en Utrechtse Heuvelrug, Twente, Achterhoek, Terschelling, Zandvoort en Ermelo — maar TBE kan in heel Nederland in lokale haarden voorkomen.
Rickettsiose
Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): 22,5%. Hoogste ziektespecifieke risicoklasse (eigen schaal per ziekte, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Sterke aanwijzing (onder meer in Drenthe, Gelderland, Noord-Holland, Utrecht). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.
Na Borrelia de meest voorkomende verwekker in Nederlandse teken.
Symptomen: Koorts, huiduitslag (vlekkenkoorts), eschar op beet.
Incubatietijd: 2–14 dagen.
Overdracht: Rickettsia-bacteriën (o.a. R. helvetica) uit het speeksel van de teek.
Behandeling: Doxycycline werkt meestal snel en goed.
Naar de huisarts: Bij koorts met huiduitslag of een zwart korstje (eschar) op de beetplek.
Na Borrelia de meest gevonden verwekker in Nederlandse teken — toch wordt er zelden op getest.
Neoehrlichiose
Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): 5,4%. Hoogste ziektespecifieke risicoklasse (eigen schaal per ziekte, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Verhoogde aanwijzing (onder meer in Drenthe, Overijssel, Gelderland).
Kan lijken op Lyme. Ernstig bij immuungecompromitteerden.
Symptomen: Koorts, vermoeidheid, spierpijn.
Incubatietijd: 1–3 weken.
Overdracht: Candidatus Neoehrlichia mikurensis, een bacterie in de bloedvatwand.
Behandeling: Doxycycline; bij verzwakte afweer soms langdurige behandeling.
Naar de huisarts: Bij aanhoudende koorts of trombose-achtige klachten na een tekenbeet.
Wordt door standaard Lyme-tests gemist; vooral gevaarlijk voor mensen met een verzwakt afweersysteem.
Babesiose
Type verwekker: Parasiet. Voorkomen in teken (NL): 3,5%. Hoogste ziektespecifieke risicoklasse (eigen schaal per ziekte, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Verhoogde aanwijzing (onder meer in Drenthe, Overijssel, Gelderland). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.
Standaard Lyme-antibiotica werken NIET. Eerste NL-patiënt 2024.
Symptomen: Koorts, bloedarmoede, geelzucht, donkere urine.
Incubatietijd: 1–4 weken, soms langer.
Overdracht: Babesia-parasieten die rode bloedcellen binnendringen (vergelijkbaar met malaria).
Behandeling: Combinatie van atovaquon met azitromycine; gewone Lyme-antibiotica werken niet.
Naar de huisarts: Bij koorts met bleekheid, donkere urine of geelzucht na een tekenbeet.
In 2024 werd de eerste in Nederland opgelopen besmetting beschreven. Mensen zonder milt lopen extra risico.
Borrelia miyamotoi-ziekte
Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): 2,3%. Hoogste ziektespecifieke risicoklasse (eigen schaal per ziekte, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Verhoogde aanwijzing (onder meer in Drenthe, Overijssel, Gelderland).
Terugkerende koortsaanvallen. Standaard Lyme-testen detecteren dit NIET.
Symptomen: Terugkerende koorts, geen rode ring.
Incubatietijd: 1–3 weken.
Overdracht: Borrelia miyamotoi, familie van de terugkerende-koortsbacteriën.
Behandeling: Doxycycline of ceftriaxon, afhankelijk van de ernst.
Naar de huisarts: Bij koorts die in golven terugkomt zonder duidelijke oorzaak.
Geeft géén rode ring en wordt door de gewone Lyme-serologie niet aangetoond.
Anaplasmose
Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): 1%. Hoogste ziektespecifieke risicoklasse (eigen schaal per ziekte, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Beperkte aanwijzing (onder meer in Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Flevoland, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant, Limburg). Dit is een zoönose: een ziekte die van dier op mens kan overgaan.
Veroorzaakt leukopenie. Dezelfde antibiotica als bij Lyme.
Symptomen: Hoge koorts, hoofdpijn, verlaagde witte bloedcellen.
Incubatietijd: 5–14 dagen.
Overdracht: Anaplasma phagocytophilum, dat witte bloedcellen infecteert.
Behandeling: Doxycycline, meestal 10 dagen.
Naar de huisarts: Bij hoge koorts met hoofdpijn en spierpijn, zeker bij afwijkend bloedbeeld.
Kan samen met Lyme voorkomen; het bloedbeeld toont vaak lage witte bloedcellen en bloedplaatjes.
Bartonellose
Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): Onbekend. Hoogste ziektespecifieke risicoklasse (eigen schaal per ziekte, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Beperkte aanwijzing (onder meer in Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant, Limburg).
Toelichting bij dit cijfer: Overdracht via een tekenbeet is niet wetenschappelijk vastgesteld; de ziektespecifieke klassen zijn daarom laag en indicatief, en zeggen niets over een bewezen tekenroute.
Overdracht via tekenbeet nog niet wetenschappelijk vastgesteld. Overdracht via een tekenbeet is niet bewezen, maar wordt ook niet uitgesloten: de bacterie wordt wel in teken aangetroffen.
Symptomen: Griepachtig, neurologische klachten, streepvormige huiduitslag.
Incubatietijd: Dagen tot weken.
Overdracht: Bartonella-soorten; overdracht is bewezen via een krab of beet van een kat (kattenkrabziekte) en via vlooien. Ook een lik op een wondje of via kattenvlooien-uitwerpselen kan besmetting geven. Overdracht via een tekenbeet is niet bewezen, maar wordt ook niet uitgesloten: de bacterie wordt wel in teken aangetroffen.
Behandeling: Antibiotica zoals azitromycine of doxycycline, afhankelijk van het beeld.
Naar de huisarts: Bij langdurige lymfeklierzwelling, koorts of onverklaarde neurologische klachten.
Onderwerp van discussie: de bacterie wordt in teken gevonden, maar overdracht op mensen is niet bevestigd.
Tularemie
Type verwekker: Bacterie. Voorkomen in teken (NL): Aangetoond. Hoogste ziektespecifieke risicoklasse (eigen schaal per ziekte, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Minimale aanwijzing (onder meer in Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Flevoland, Gelderland, Noord-Holland, Utrecht, Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg).
Francisella tularensis aangetoond in NL teken. Primair via diercontact.
Symptomen: Koorts, zweren, gezwollen lymfeklieren.
Incubatietijd: 3–5 dagen (tot 14 dagen).
Overdracht: Francisella tularensis, meestal via hazen of knaagdieren; tekenbeet is een mogelijke route.
Behandeling: Antibiotica (ciprofloxacine of doxycycline); vrijwel altijd goed te behandelen.
Naar de huisarts: Bij een zweertje op de beetplek met gezwollen lymfeklieren en koorts.
Ook wel hazenpest genoemd; sinds 2011 weer af en toe in Nederland vastgesteld.
Alfa-galsyndroom
Type verwekker: Allergisch. Voorkomen in teken (NL): Gedocumenteerd. Hoogste ziektespecifieke risicoklasse (eigen schaal per ziekte, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Verhoogde aanwijzing (onder meer in Drenthe, Gelderland).
Vleesallergie na tekenbeet. Alpha-gal molecuul uit speeksel veroorzaakt immuunreactie.
Symptomen: Allergie 3-6u na vlees: jeuk, netelroos, anafylaxie.
Incubatietijd: Klachten ontstaan weken na de beet, telkens 3–6 uur na het eten van vlees.
Overdracht: Alpha-gal-suiker uit tekenspeeksel zet het afweersysteem aan tot een allergie voor zoogdiervlees.
Behandeling: Geen genezing: rood vlees en gelatine vermijden; antihistaminica en bij ernstige reacties adrenaline.
Naar de huisarts: Bij netelroos, buikklachten of benauwdheid enkele uren na vlees eten.
De vertraging van uren maakt dat de link met vlees — en met de tekenbeet — vaak lang onopgemerkt blijft.
CCHF – Krim-Congo hemorragische koorts
Type verwekker: Virus. Voorkomen in teken (NL): Niet in NL. Hoogste ziektespecifieke risicoklasse (eigen schaal per ziekte, niet de algemene provincieklasse op de kaart): Geen — in geen enkele provincie aangetoond.
Toelichting bij dit cijfer: Nooit aangetoond in Nederlandse teken of patiënten; daarom overal risicoklasse Geen.
Komt in Nederland (nog) niet voor: het virus is hier nooit bij mens of teek vastgesteld. In Europa wel in opmars — o.a. Spanje, Balkan, Griekenland, Turkije en Bulgarije (bron: ECDC).
Symptomen: Hoge koorts, spierpijn, braken, bloedingen (ernstig verloop mogelijk).
Incubatietijd: 1–9 dagen na een tekenbeet (tot 13 dagen na contact met bloed of weefsel).
Overdracht: Krim-Congovirus (CCHFV), vooral via een beet van de reuzenteek (Hyalomma) of het pletten van zo'n teek. Ook via bloed en weefsel van besmet vee en van patiënt op verzorger.
Behandeling: Geen specifieke behandeling; intensieve ondersteunende zorg in het ziekenhuis, isolatie van de patiënt.
Naar de huisarts: Direct bij hoge koorts, ernstige spierpijn of bloedingen na verblijf in een risicogebied in Zuid- of Zuidoost-Europa.
Volgens het ECDC breidt het verspreidingsgebied zich noordwaarts uit door klimaatverandering en trekvogels die Hyalomma-teken meebrengen. In Nederland is het virus nog niet aangetoond, maar de reuzenteek wordt hier inmiddels wel gevonden.
Tekenrisico en TBE-status per provincie
Let op meldingsbias: de klasse volgt uit meldingen, niet uit gemeten tekendichtheid. Provincies met weinig meldingen (zoals Limburg en Noord-Brabant) kunnen lokaal net zo veel teken hebben.
Criterium voor een TBE-markering: een gepubliceerde bevestigde vondst van het TBE-virus (of antistoffen) in teken of dieren, óf een humane melding met dit gebied als waarschijnlijke besmettingsplaats. Peildatum 2 september 2026 (brongegevens: meldingen 2019–2025, TBE-jaarcijfers 2023–2025 volgens RIVM Meldingen Infectieziekten (Osiris-AIZ-selectiedatum 10 maart 2026), Tekenradar-jaarcijfers 2025, LCI-richtlijn TBE, Staat van Infectieziekten 2024 en Wijburg et al. 2026). Let op: de klasse 'nog niet aangetoond' betekent níét dat er geen risico is — alleen dat er voor dat gebied (nog) geen bevestiging is gepubliceerd; uitsluiting is niet mogelijk.
TBE komt voor in kleine, lokale haarden en niet provinciedekkend: 'aangetoond' betekent dat het virus ergens in die provincie is gevonden, niet dat het overal in die provincie zit — en 'nog niet aangetoond' betekent niet dat er geen risico is. De twee kaartlagen meten bovendien verschillende dingen: de risicoklasse volgt uit gemelde tekenbeten, de TBE-markering uit aangetoonde virusaanwezigheid. Bekende haarden zijn onder meer de Sallandse Heuvelrug, de Utrechtse Heuvelrug, Twente, de Achterhoek, Terschelling, de duinen bij Zandvoort, Ermelo, centraal Noord-Brabant en de noordoostelijke Flevopolder.
Sinds 1 maart 2025 is TBE meldingsplichtig (groep C). Over heel 2025 registreerde het RIVM 25 geaccordeerde meldingen, tegen 22 in 2024 en 8 in 2023 — die laatste twee jaren nog op basis van vrijwillige melding. De toename begon dus al vóór de meldingsplicht; de meldplicht verbetert vooral de volledigheid van het beeld. Meldingen omvatten zowel in Nederland als in het buitenland opgelopen infecties. Bron: RIVM, Overzicht meldingen infectieziekten (Osiris-AIZ, selectiedatum 10 maart 2026). Cumulatief geeft de LCI-richtlijn TBE aan dat tussen 2016 en juni 2024 23 patiënten zijn gemeld die TBE in Nederland hebben opgelopen. Houd bij het lezen van deze kaart de noemer in gedachten: in gebieden waar het virus is gevonden draagt naar schatting ongeveer 1 op de 1.500 teken TBE-virus, tegenover ongeveer 1 op de 5 teken met Borrelia. Let ook op: snel verwijderen van een teek voorkomt wél Lyme, maar níet TBE — dat virus gaat binnen minuten over.
Aandeel van de gemelde tekenbeten dat in de eigen tuin is opgelopen (RIVM/Tekenradar, 2026). Dit is géén aantal meldingen per 100.000 inwoners. In Drenthe, Groningen en Zeeland ligt het aandeel boven de 40%, in Noord-Holland, Utrecht en Noord-Brabant onder de 30%. Het RIVM geeft aan dat de oorzaak van dit verschil niet bekend is. Bron: RIVM / Tekenradar.nl — actuele tekencijfers.
Indicatief aantal tekenbeten per jaar per provincie. Afgeleid van de landelijke RIVM-schatting van circa 1,5 miljoen tekenbeten per jaar, verdeeld naar inwonertal (CBS). Het gaat niet om gemelde gevallen en niet om meldingen per 100.000 inwoners; het werkelijke aantal kan per gebied afwijken doordat tekendichtheid en buitenactiviteit verschillen. Bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal) — RIVM-cijfers tekenbeten en lyme.
- Groningen: tekenrisico Laag. TBE nog niet aangetoond — uitsluiting niet mogelijk. Bewijs: Nog geen gepubliceerde vondst van TBE-virus of antistoffen in teken, wild of mensen (peiling t/m 2025). Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 50.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: meer dan 40% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). Teken in veengebieden, langs de Waddenkust en in bosranden. Meer dan 40% van tekenbeten in de eigen tuin.
- Friesland: tekenrisico Laag. TBE: Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaats. Bewijs: Humaan geval toegeschreven aan Terschelling (2023); virus in teken op Terschelling (2023 en 2024). Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 55.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: 30–40% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). Teken actief in weiden en bosranden. Op de Waddeneilanden lokaal hoge dichtheden. Op Terschelling is in 2023 én 2024 TBE-virus in teken aangetoond en werd in 2023 een humane TBE-infectie aan het eiland toegeschreven.
- Drenthe: tekenrisico Hoog. TBE: Virus of antistoffen aangetoond in teken of wild. Bewijs: Aanwijzingen in de GGD-regio: antistoffen of virus in teken/wild (Wijburg et al. 2026); geen humaan geval bekend. Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 42.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: meer dan 40% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). Hoogste tekendichtheid van Nederland — dat het geschatte aantal beten (circa 42.000 per jaar) laag lijkt, komt doordat die schatting naar inwonertal is verdeeld en Drenthe weinig inwoners heeft; per inwoner is het risico juist hoog. Heidevelden, hoogvenen en bossen zijn ideale tekengebieden. In deze GGD-regio zijn aanwijzingen voor aanwezigheid van het TBE-virus gevonden (antistoffen of virus in teken of wild); een humaan geval is hier niet bekend.
- Overijssel: tekenrisico Hoog. TBE: Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaats. Bewijs: Humaan geval Sallandse Heuvelrug (2016, eerste in Nederland); daarnaast meerjarige vondsten van virus in teken (Sallandse Heuvelrug, Twente). Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 99.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: 30–40% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). Sallandse Heuvelrug is eerste bevestigde TBE-meldingsgebied. Twente heeft hoge tekenactiviteit.
- Flevoland: tekenrisico Matig. TBE: Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaats. Bewijs: Humaan geval toegeschreven aan de noordoostelijke polder; aanwijzingen in teken/wild (Wijburg et al. 2026). Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 38.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: 30–40% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). Jonge polderbossen en de Oostvaardersplassen hebben een hoge gastheerdichtheid, waardoor de tekenpopulatie snel groeit. Het noordoosten van de Flevopolder staat bij het RIVM als waarschijnlijke besmettingsplaats van een humane TBE-melding.
- Gelderland: tekenrisico Hoog. TBE: Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaats. Bewijs: Humaan geval Ermelo (2023); virus en antistoffen aangetoond in teken en reeën (Veluwe, Achterhoek). Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 178.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: 30–40% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). Veluwe en Achterhoek zijn bekende risicogebieden. TBE aangetroffen in teken.
- Noord-Holland: tekenrisico Matig. TBE: Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaats. Bewijs: Humaan geval Zandvoort (2023, duingebied); aanwijzingen in teken/wild in de regio. Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 248.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: minder dan 30% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). De duingebieden (Amsterdamse Waterleidingduinen, Schoorl, Noordhollands Duinreservaat) en het Gooi horen tot de tekendichtste gebieden van Nederland; het aantal meldingen is hier lager dan het werkelijke habitatrisico. In 2023 werd Zandvoort genoemd als waarschijnlijke besmettingsplaats van een in Nederland opgelopen humane TBE-infectie.
- Utrecht: tekenrisico Matig. TBE: Humane infectie vastgesteld / waarschijnlijke besmettingsplaats. Bewijs: Humane gevallen Utrechtse Heuvelrug; virus en reeënserologie aangetoond in het gebied. Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 117.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: minder dan 30% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). Utrechtse Heuvelrug is bevestigd TBE-gebied met bos en heide op zandgrond: habitatrisico is hier duidelijk verhoogd.
- Zuid-Holland: tekenrisico Laag. TBE nog niet aangetoond — uitsluiting niet mogelijk. Bewijs: Nog geen gepubliceerde vondst van TBE-virus of antistoffen in teken, wild of mensen (peiling t/m 2025). Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 321.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: 30–40% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). Minder aaneengesloten natuur, maar in de Hollandse duinen, de Biesbosch en landgoederen zijn teken lokaal talrijk.
- Zeeland: tekenrisico Laag. TBE: Virus of antistoffen aangetoond in teken of wild. Bewijs: Eén bevestigde teek met TBE-virus (Wijburg et al. 2026) — een gebied dat eerder niet als risicogebied bekend stond. Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 33.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: meer dan 40% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). Teken in duinen en bosgebieden op de Zeeuwse eilanden. Meer dan 40% van beten in de tuin.
- Noord-Brabant: tekenrisico Laag. TBE: Virus of antistoffen aangetoond in teken of wild. Bewijs: Antistoffen/virus aangetoond in teken of reeën in centraal Noord-Brabant; geen humaan geval bekend. Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 219.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: minder dan 30% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). De Peel, Brabantse Wal en Kempen zijn bekende tekengebieden.
- Limburg: tekenrisico Laag. TBE: Virus of antistoffen aangetoond in teken of wild. Bewijs: Aanwijzingen in de GGD-regio via reeënserologie of teken (Wijburg et al. 2026); geen humaan geval bekend. Geschat aantal tekenbeten per jaar: circa 94.000 (bron: RIVM (landelijke schatting) en CBS (inwonertal)). Tekenbeten in de eigen tuin: 30–40% (bron: RIVM / Tekenradar.nl). Zuid-Limburg met heuvelachtig boslandschap ideaal voor teken.
Tekenradar.nl ontving in 2025 10.795 doorgegeven tekenbeten: 41% meer dan in 2024 en het hoogste aantal sinds 2020. Meer meldingen betekent niet automatisch meer teken; het weerspiegelt ook meer aandacht voor tekenbeten.
Laatst gecontroleerd: 2 september 2026. Laatst bijgewerkt: 2 september 2026. Peildatum brongegevens: meldingen 2019–2025, TBE-jaarcijfers 2023–2025 volgens RIVM Meldingen Infectieziekten (Osiris-AIZ-selectiedatum 10 maart 2026), Tekenradar-jaarcijfers 2025, LCI-richtlijn TBE, Staat van Infectieziekten 2024 en Wijburg et al. 2026.
Handelingsperspectief: bij een rode ring of vlek rond de bijtplek, koorts of griepachtige klachten na een tekenbeet neem je contact op met de huisarts.